Voordat ik met Jill Huijbregts werkte was ik al onder de indruk van haar houding. Veel ruiters (ook op hoog niveau) zitten met een holle rug, te ver uitgedrukte hakken, niet in balans en achter de beweging van hun paard. Een goede houding gaat niet alleen om het plaatje of wat we mooi vinden, maar om het gezond functioneren van ruiter en paard en een goede communicatie tussen beiden.

Om te zien of iemand een goede houding heeft, maken we gebruik van 4 denkbeeldige ‘hulplijnen’. Die lijnen zijn belangrijk voor de balans en bewegelijkheid van de ruiter. We moeten namelijk op de juiste plek met ons paard meebewegen om ‘stil’ te kunnen zitten. Als je in balans zit en goed met je paard meebeweegt, kun je heel direct hulpen geven en voorkom je miscommunicatie. Als ruiter en paard samen bewegen en met minimale hulpen elkaar begrijpen, dan ontstaat er harmonie.

Hypic Hippische fotografie

Lijn 1

Door oor, schouder, heup en hiel boven elkaar te stapelen zit je in balans en zorg je dat je gewrichten optimaal kunnen bewegen zonder dat je ze blokkeert. De bewegelijkheid van het heupgewricht is hierbij het belangrijkst, het is het gewricht dat het dichtstbij je paard zit en waar dus ook de meeste beweging tot uiting komt! De beweging vloeit vanaf daar naar boven en onder uit. Als je daarbij je gewrichten gestapeld houdt, dan zorg je ervoor dat je je lichaam niet kunt blokkeren waardoor er ongewenste beweging kan ontstaan.

 In de draf en galop mogen oor en schouder ten opzichte van het heupgewricht iets naar voren komen om in de beweging van het paard te blijven.

Lijn 2

Door je elleboog, hand en bit op een lijn te hebben kunnen je armen goed met je paard meebewegen en zorg je voor een directe communicatie met de paardenmond. Heb je je hand te hoog of draai je bijvoorbeeld je handen omlaag, dan verbreek je de directe communicatie en komen zowel jouw hulpen aan het paard, als de signalen die je paard jou geeft minder goed aan.

 Lijn 3

Ik zie veel zadels waardoor de ruiter in een stoelzit wordt gedwongen. De hiel van de ruiter is dan verder naar voren geplaatst dan oor, schouder en heup, waardoor hij minder goed in balans kan zitten. Omdat dit bij veel zadels en ruiters het geval is letten we dan altijd op de lijn knie, teen, waarbij de teen niet verder naar voren mag komen dan de knie, om zo de beweegbaarheid van de gewrichten erboven te behouden.  

Lijn 4

De laatste lijn is de lijn die onder je voet doorloopt, deze moet altijd gelijk met de grond zijn. De beweging die je vanuit je paard krijgt vloeit namelijk vanuit je heupgewricht naar je kniegewricht die over je voet heen beweegt. Als je voet te ver naar voren ligt of je hakken naar de grond gericht zijn blokkeer je de beweging die uit je heup- en kniegewricht komt waardoor je je paard niet optimaal kunt volgen en ongewenste beweging creëert.  

Als je je paard onder je vandaan haalt, moet je nog steeds in balans staan. Zou je dan omvallen, omdat je te ver naar voren of achteren hangt, of omdat je je hakken uitdrukt, dan weet je dat je houding te paard nog niet goed is.

Hier zie je dat Jill in de stap met haar oor en schouder iets naar voren komt om de beweging van haar paard te volgen. Ik illustreer gestapelde gewrichten vanaf de grond. 

Ga jij voortaan letten op deze vier lijnen? Ik ben heel benieuwd naar jullie foto’s. Stuur jouw foto in en ik geef je naar aanleiding van de vier lijnen feedback op je houding!

Hypic Hippische fotografie